zondag 17 augustus 2008

Slow Pitch & the Alamo

Op dit moment zijn er 2 JSF’s af. De AA-1 is het allereerste productie-prototype datze gebouwd hebben om alle productiestappen een keer gedaan te hebben. Ook hebben ze met dit vliegtuig verschillende testvluchten gemaakt waar ze de resultaten hebben verwerkt in de vliegtuigen die direct daarna komen. Het tweede vliegtuig wat klaar is en al gevlogen heeft is de BF-1. Dit is de allereerste B-versie van de JSF. Er zijn 3 versies: de A-versie voor de luchtmacht (ook de Nederlandse), de B-versie die op zeer korte startbanen kan opstijgen en verticaal landen, en de C-versie voor gebruik op vliegdekschepen. De BF-1 verschilt dan ook niet alleen van de AA-1, omdat deze verticaal kan landen, maar ook omdat deze veel dichter bij de uiteindelijke vliegtuigen staat die operationeel zullen zijn (ze hebben naar aanleiding van AA-1 het productieproces weer verbeterd). Op dit moment worden meerdere productie-prototypes van de verschillende versies gebouwd die allemaal een ander aspect gaan testen. Daarna gaan ze langzaam van start met de serie-productie.



Omdat onze afdeling zich bezig houdt met bedrading, en er constant veranderingen plaatsvinden, voor bijvoorbeeld nieuwere toestellen, omdat er andere systemen in geplaats worden enz. of er in een vliegtuig dat al gebouwd is iets veranderd moet worden, gaat er zo nu en dan eens iemand kijken naar het vliegtuig zelf. Ik had het geluk dat mijn collega Don even bij BF-1 moest gaan kijken en hij vroeg me of ik zin had om mee te gaan. Daar hoefde ik natuurlijk niet over na te denken. De flightline is een gebied waar je alleen mag komen onder begeleiding van iemand met bevoegdheid daarvoor, dus je kan niet al te vaak daar gaan kijken. Opeens stond ik oog in oog met een echte F-35B Lightning II oftewel JSF. Hoe vaak maakt iemand mee dat hij/zij het allerallereerste vliegtuig van een nieuw type kan en mag zien? Waarschijnlijk gaan we de eerste verticale testvlucht niet meer meemaken gedurende onze tijd hier, maar er zullen de komende maanden meerdere toestellen opgeleverd worden. Met kippenvel op m’n armen gingen we ook nog even bij AA-1 kijken, want die stond in de hangar ernaast. Op momenten als deze voel je toch dat je al het geluk van de wereld hebt om hier te mogen zijn (en zelfs een steentje bij te dragen).



Het weekend gingen we naar Dallas, aangezien dat toch maar op een uurtje rijden ligt. De mensen van Fort Worth hebben niet zoveel op met Dallas, te groot, te zakelijk, te gehaast. We gingen dus zelf maar ons oordeel vormen. Eerst hebben we het museum over de moord op Kennedy bezocht wat erg indrukwekkend was (hieronder ook een foto van de plek waar het gebeurde). Het museum bevindt zich op de verdieping waar Lee Harvey Oswald met zijn geweer de fatale schoten gelost zou hebben. Iedereen is echter bekend met de alternatieve theorieen over hoe het echt gelopen zou zijn en ook in het museum werd daar aandacht aan gegeven (hey! Een objectief Amerikaans museum over de eigen geschiedenis!)





Dallas is een grote indrukwekkende stad, maar helaas was dit bezoek, op het museum na een grote tegenvaller. Er was niemand op straat, de stad leek wel uitgestorven (oke, misschien zijn alleen Nederlanders zo gek om met 43 graden buiten te lopen). We wilden de reunion tower beklimmen, maar die was dicht. Toen zijn we maar naar een ander groot gebouw met panorama dakterras gegaan, maar dat was dicht. We dachten daarna wat te kunnen shoppen in een grote mall (winkelcentrum), maar deze was dicht (al waren ze wel de ijsbaan aan het gladstrijken, ja, een ijsbaan terwijl het buiten de deur 43 graden is!!) We hadden begrepen dat Dallas wel een mooi nachtleven had, dus om de tijd te overbruggen wilden we een filmpje kijken bij de Imax, maar wat dacht je, deze was dicht. Voor nu hadden de cowboys uit Fort Worth gelijk. Het Kosmopolitische Dallas was inderdaad een suf gebeuren. We zijn toen maar naar huis gegaan om de zaterdagavond te vieren in “the Pub” waar we inmiddels bekenden van de eigenaar zijn (hoezee!).

Een collega van Tiemen vroeg of we zin hadden om een avondje mee te gaan softballen, want ze hadden te weinig spelers. Dirk, Tiemen en ik hadden daar wel zin in, we hebben immers sinds de middelbare school niet meer gesoftballed. Tot verbazing van de Amerikanen konden meer dan goed mee komen. Dirk sloeg een homerun en ook Tiemen liep een paar punten binnen. Uiteindelijk hebben we de tegenstander met 15-1 afgedroogd. Er moet wel bijgezegd worden dat het niveau niet al te hoog lag, het “slow pitch” softbal was, wat betekend dat de bal met een boogje onderhands wordt gegooid en sommige mensen volledig afhankelijk waren van een slagkunsten om het eerste honk te kunnen halen. Dit had natuurlijk alles van doen met hun Body Mass Index. Vanaf nu zijn we dan ook onderdeel van het team “Just hit it” en doen we elke dinsdag mee.



Het weekend daarna was een lang weekend (vrijdag vrij!) en wilden we Austin (de hoofdstad van Texas) en San Antonio bezoeken. Omdat Thierry eerst nog even z’n Amerikaanse rijbewijs moest halen (zodat we een goedkopere verzekeringspremie voor de auto krijgen) gingen we naar het Department of Transportation and Public Safety. Hier kun je voor 25$ een meerkeuze toets doen, waarbij je vragen die je niet weet mag overslaan en je een derde fout mag hebben. Daarna moet je nog een blokje om rijden en dan heb je je rijbewijs. Uiteraard kun je voor 25$ niet veel verwachten, dus duurde het zowat de hele dag voordat we aan de beurt waren en op pad konden.



In Austin aangekomen zijn we meteen naar de beruchte 6th street gegaan. Deze straat wordt ’s avonds afgesloten zodat je geheel in “European” style al lopend van bar naar bar kan hoppen. Amerikanen zouden geen Amerikanen zijn, als er niet ook een aantal bezorgde fundamentalistische geheelonthouders gewapend met een kruis de uitgaande mensen toespraken op hun zondige gedrag. Dit levert natuurlijk wel mooie foto’s op.



Op zaterdag ochtend hebben we het capitool bezocht waar de regering van de staat Texas in gehuisvest is, alsmede het Texaanse parlement en senaat. Texanen zouden geen Texanen zijn als het Texaanse capitool niet hoger was dan het federale capitool in Washington D.C.






Na dit verplichte stukje cultuur zijn we in de auto gestapt en naar San Antonio gereden. In deze stad staat de bekende Alamo. Veel mensen hebben hier van gehoord, maar bijna niemand weet wat hier nu eigenlijk gebeurd is. Texas was eerst onderdeel van Mexico, maar toen hun burgerrechten, die in de Mexicaanse grondwet stonden, met voeten getreden werden toen er een coup gepleegd werd wilden de Texanen onafhankelijk worden. Bij de Alamo (een oude missiepost met wat muurtjes, een kapelletje en wat stallen) hebben circa 200 Texanen en een paar Amerikaanse en Europeaanse vrijwilligers (waaronder de befaamde Davy Crocket die met het citaat: “You can all go to hell, and I will go to Texas” vertrok om te vechten voor andermans vrijheid) 13 dagen stand gehouden tegen 5000 Mexicanen (kunnen er ook minder geweest zijn, maar een goed verhaal hoeft nu eenmaal niet waar te zijn). Uiteindelijk zijn ze allemaal, op enkele vrouwen en kinderen, een slaaf en een 16-jarige boodschapper die nog weggestuurd was om versterkingen te halen, na afgeslacht door de Mexicanen. Danzij deze heldhaftige doch fatale actie had Generaal Sam Houston genoeg tijd om een leger bijeen verzamelen en werden alle Texanen (zowel Engels- als Spaanstaligen) verenigd om onder de kreet “Remeber the Alamo!” bij San Jacinto (het huidige Houston) de Mexicaanse generaal en president Antonio Lopez de Santa Anna te verslaan en een onafhankelijke republiek te worden. Na een jaar of 9 zijn ze toen bij de Verenigde Staten gekomen, wat weer een nieuwe oorlog met Mexico ontketende, waardoor de VS een groot deel van Mexico konden annexeren (Californie, New Mexico, Florida etc.)




Omdat je van zoveel geschiedenis op 1 dag dorst krijgt, wilden we wel eens de bekende riverwalk aflopen. Eerst zijn we in het hostel ingecheckt, wat weer bij een oud landhuis van een oude Texaanse Generaal die tegen de indianen vocht stond, vlak naast leger basis “Fort Sam Houston”, waar generaal en latere president Eisenhower zijn militaire opleiding heeft gevolgd (het houdt niet op met de verhalen). Midden in de metropool San Antonio loopt een stroompje waar ze verlaagde oevers hebben aangelegd waar weer allemaal restaurantjes, bars en clubs aan liggen. Je waant je in een Zuid-Europese stad, of in de Efteling, of beide. De magische woorden “Hey, we’re from Amsterdam” hadden ook hier weer hun uitwerkingen, zodat we met een groep mensen die we op straat tegenkwamen de avond afsloten in club “Polyester” met de slechtste muziek uit respectievelijk de jaren ’70, ’80 en ’90 verspreid over 3 verdiepingen.




Op zondag wilden we even rustig aandoen en afkoelen, we hadden immers nog een rit van 5 uur voor de boeg. Net boven San Antonio is het zogenaamde Hill Country waar veel mensen van Duitse afkomst wonen. In het plaatsje New Braunfels (ja, wir sprechen Deutsch!) kun je aan Tubing doen. Denk hierbij niet aan heftig wild water varen, maar geheel in Amerikaanse stijl, lui in een rubber band de rivier af dobberen. Wat we nog niet wisten is dat je een extra tube moet huren om je koude biertjes in te leggen. De volgende keer beter!

De afgelopen week is weer 5 dagen hard gewerkt en ook dit weekend zit er weer op, maar daarover de volgende keer weer een verhaal. Ik sluit af met de shredder (over Amerikaanse huishoudelijk gemak gesproken)

zaterdag 2 augustus 2008

how are ya'll today?

De eerste twee weken werken zitten erop, dus tijd voor een stukje.
Op maandag de 21e werden we om 8:00 verwacht en uiteraard waren we netjes op tijd. Omdat we nog niet de nodige veiligheidsinstructie hadden ontvangen kregen we een bezoekerspas en moesten we overal onder begeleiding heen. Tegen elke verwachting in stond bij mijn werkplek al een computer met 22 inch wide-flatscreen klaar, inclusief inloggegevens. De fabriek staat op de Naval Air Station Joint Reserve Base, wat dus een marine vliegkamp is. Vroeger was dit een luchtmachtbasis en de fabriek is officieel ook van de overheid en draagt de naam Air Force Plant 4. Dit is zo geregeld omdat deze tent cruciaal is voor de nationale veiligheid en Lockheed huurt het van de overheid voor een bedrag zonder nullen.



De fabriek is gebouwd tijdens de 2e wereldoorlog en het gebouw is 1 mijl (1,6 kilometer) lang. Op het hoogtepunt werd hier per uur een B-24 bommenwerper afgeleverd (ter vergelijking, als het hier zo meteen op topsnelheid draait wordt er per dag 1 JSF afgeleverd). Het is dus een bijzondere plek met historische waarde voor de militaire vliegtuigbouw, omdat hier al meer dan 60 jaar vliegtuigen gebouwd worden. Het gebouw is echt enorm.




(bron: http://www.teamjsf.com)

Een deel van de hal is in de loop der jaren omgebouwd tot kantoorruimtes, en alhoewel dit slechts een klein stukje inneemt is dit nog steeds een enorm doolhof als je het vergelijkt met het gemiddelde kantoorgebouw. Er zijn geen ramen en alle gangen zijn precies hetzelfde. Het doet erg denken aan een computerspel van begin jaren ’90. Gelukkig is er een systeem om de weg te vinden, wat je snel genoeg doorkrijgt.



Alle kantoorruimtes zijn volledig volgestampt met cubicles, wat open kleine hokjes zijn waar je in werkt. Tegen alle verwachtingen in stond bij mij alles klaar voor gebruik. Wat nog beter was, is dat de mensen op de hoogte waren van mijn komst en dat 1 van de teamleiders (die weer onder de man werkt die me heeft aangenomen) al had bedacht, hoe, wat en met wie ik zou gaan werken.



De werksfeer is hier heel anders dan dat ik uit Duitsland gewend ben. Ten eerste is alles veel informeler en mensen nemen ontzettend veel tijd voor koetjes en kalfjes. Zo kun je niet langs iemand lopen zonder dat deze vraagt: “Hi, how are you?” waar 9 van de 10 keer een gesprek uit voortkomt dat gauw een kwartier duurt. Het zorgt er echter wel voor dat je snel op je gemakt bent, ook als je met mensen staat te praten die een paar linies hoger staan. Nog een pluspunt is dat ik op loopafstand van alle Fokker mensen zit, aangezien ik op de afdeling voor de bedrading zit en die wordt door ons gemaakt. Dit voegt ontzettend veel toe op het gebied van begeleiding van mijn afstudeerwerk.

Het eerste weekend stond ons nog een aangename verassing te wachten. Bij Thierry en Tiemen stond ineens een kale vent met een oranje voetbal shirt voor de deur die zich voorstelde als Brad. Even later zaten hij en z’n “huisgenoot” Travis gezellig bij ons te bieren, want we hadden al van ze gehoord. Dit gezellige duo heeft al meerdere groepen Delftenaren die hier stage liepen ontmoet en wegwijs gemaakt in het nachtleven van Fort Worth. Helaas hebben onze voorgangers vergeten te melden dat Brad en Travis een garage vol met spullen van ze hadden opgeslagen voor een half jaar, met een aantal handige dingen die we dus niet hoefden te kopen. Desalniettemin hebben we zelf niets overbodigs aangeschaft, want de vorige groep sliep op luchtbedden en hadden amper meubels (tegen onze megadeal kan niemand op). Het weekend hebben ze ons dan ook alle plekjes in Down Town Fort Worth laten zien. Het voordeel is dat iedereen ze kent en dat we nu voor meerdere plekken VIP kaarten en wat al meer hebben. Er zijn hier nauwelijks buitenlanders dus als we aan iemand voorgesteld worden als “Guys from Holland, of Amsterdam” kan het niet meer stuk. Ook ben ik nu lid van de “Flying Saucer” waar je, als je alle 200 soorten bier een keer gedronken hebt, vereeuwigd wordt met een gouden bordje aan de wand (let wel, maximaal 3 per avond). Uiteraard werden we voorgesteld aan de general manager en mochten we zo even achter kijken waar ze toch al gauw een stuk of 6 vaatjes Muenchner bier op tap hadden staan.




Ons algemeen contact persoon Scott, die op de afdeling werkt die de internationale contacten onderhoudt, heeft ons de 2e week meegenomen naar een honkbal wedstrijd van het lokale clubje. Er ging nog een collegaatje mee (we zijn een bezienswaardigheid, iedereen wil ons ontmoeten) wat al weer opgeleverd heeft dat ze ons volgende week met een ander collegaatje een bepaalde biertent gaat laten zien.





(dank aan Erik voor de foto's!)

Kort samengevat: ik heb leuke collega’s, goede begeleiding, een duidelijk plan over wat ik ga doen en Fort Worth is een leuk, veilig stadje.

Volgende keer over het antieke bankiersysteem

Servus!